Op locatie: Mol

De Kempen

Mol ligt in de Kempen. De naam Kempen is waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse campina. Dit betekent: open vlakte. De Kempen zijn dan ook voornamelijk vlak en de zanderige bodem is begroeid met heide, kreupelhout en riet.

In de laat-Romeinse tijd werd de streek door de Romeinen Taxandria genoemd. Dit verwijst mogelijk naar de taxus (een geslacht van coniferen) die hier groeide.

Een fragment over taxus uit de roman Tussen 2 werelden (prachtig boek trouwens) van Franco Faggiani:

De taxus is een magische plant, al wordt hij tegenwoordig door de mens, met behulp van zogenaamde snoeischaarkunst, gereduceerd tot een karikatuur, waarbij hij door de schaar de vorm van een dier of voorwerp krijgt. Het is een boom met veel giftige stoffen voor ons en voor dieren, en zijn vermogen tot doden wordt ook overgedragen op het hout, dat heel sterk en ook heel buigzaam is. De Engelsen maakten er in het verleden zelfs de sterkste bogen van die er maar bestonden, om de pijlen heel ver te kunnen schieten en zelfs de ridders met hun zware harnassen tegen te kunnen houden.

De schors en de bladeren van de taxus kunnen, als ze door deskundigen worden behandeld, echter ook het leven teruggeven, namelijk doordat ze medicijnen produceren die helpen bij de bestrijding van heel ernstige ziekten.

De taxus is ook een onsterfelijke plant, want als hij rustig mag groeien, reproduceert hij zichzelf als hij op het punt staat te sterven. Na verloop van tijd wordt de stam namelijk leeg en blijft alleen nog het omhulsel van de oude schors over, maar binnen in dat omhulsel ontwikkelen zich takken, die omlaaggroeien, in de grond steken en nieuw leven schenken aan een nieuwe stam, zonder dat iemand het merkt. Als de taxus honderden jaren oud is, bestaat hij uit een heleboel stammen bij elkaar.

Opstel over de taxus, geschreven door het personage Martino.

In de vroege Middeleeuwen was de streek populair bij monnikengemeenschappen. In de rustige Kempen konden ze ontsnappen aan de rest van de wereld. Buiten het bidden voor onze zieltjes, probeerden ze ook de grond te ontginnen. Zonder succes!

In de 12de eeuw was de grond nog steeds onvruchtbaar en bijgevolg niet geschikt om een groot aantal mensen te voeden.

Kempenaars staan dan ook bekend als zandboeren omdat ze zo hard hebben moeten werken om van hun schrale grond iets te maken.

Geduld is een mooie deugd. In de 20ste eeuw boerde Limburg wel goed door de kolenmijnen en de autofabrikanten rond Genk. Dit trok veel migranten naar de streek. Ondertussen zijn de mijnen gesloten en stelt de auto-industrie ook niet veel meer voor.

Blijkbaar vestigen er zich de laatste tijd veel tech-bedrijven in de Kempen. Ze worden aangetrokken door subsidies en de ruimte die er nog ruimschoots is.

De Kempen is wel ideaal om te ontspannen: uitgestrekte bossen, ellenlange fiets – en wandelpaden, brasseries, zwemparadijzen… Ik wou met een positieve noot eindigen🎵.

Mol

Middeleeuwen

In de Middeleeuwen vormden Mol, Balen en Dessel 1 voogdij. Deze voogdij was eigendom van van de abdij van Corbie in Frankrijk omdat Adalhardus, een neef van Karel de Grote, deze eigendommen geschonken had aan de abdij toen hij intrad.

882 AD

Mol, Gompel, en zijn omliggende nederzettingen werden verwoest door de Vikingen.

1350 AD

Mol werd geteisterd door de pest. Hoeveel mensen het leven lieten, weten we niet zeker. Grote steden werden sowieso zwaarder getroffen dan landelijke gebieden.

16de eeuw

Er was een grote crisis door plunderingen en epidemieën (bv. typhus).

18de eeuw

De lakenmakerij was in de 18de eeuw de belangrijkste economische activiteit. Dit bleef duren tot in de 19de eeuw. Er kwamen toen ook wolfabrieken. De Mollenaren leefden doorheen de geschiedenis vooral van de landbouw, maar er waren ook veel lakenwevers. Dit zie ik inderdaad ook in mijn stamboom. Er zijn veel lakenwevers bij de voorouders van Julia Swinnen, mijn overgrootmoeder.

19de eeuw

Mol, Balen en Dessel werden zelfstandige gemeenten. Ze kregen zelfs grondgebied bij, namelijk Postel met zijn abdij en mooie natuur. In 1818 kwam er de Geelse enclave Millegem bij. Op het einde van het jaar 1820 woonden er 45 mensen in Millegem. Mijn betovergrootvader Peer Soeffers is in 1849 geboren in Millegem, het dorp van de heksen en de spoken. Zijn moeder “Mie van Keisjes” kon “heksen”, zeiden ze👻.

In 1866 was er een zware cholera-epidemie in Mol. Peer was toen 17 jaar.

In de 19de eeuw werd het wit zand ontdekt. Mijn betovergrootvader Jan Frans Huysmans was een zandmijnwerker.

20ste eeuw

Mol werd niet gespaard van de Spaanse Griep in 1918. Weer was Peer van de partij. Hij was van goede makelij, denk ik!

Heel de familie Soeffers (inclusief Peer, wie anders?) was actief in het verzet tijdens WO I.

In de 20 ste eeuw werkten vele mensen in het glasfabriek in Mol. Mijn overgrootvader Fons en grootvader Ferre hebben daar beiden gewerkt. Ook broers van mijn grootvader hebben daar gewerkt o.a. Gust.

En het Studiecentrum voor Kernenergie mogen we ook niet vergeten natuurlijk. Het werd gebouwd in 1952 en staat in een nucleaire zone die zich uitstrekt over Mol, Dessel en Geel.

In Mol is er ook een gemeenschapsinstelling voor probleemjongeren. Een “kwaaimennekesgesticht”, zoals mijn grootmoeder dat vroeger zei. Dat zal vandaag ongetwijfeld niet meer politiek correct zijn omdat te zeggen. Andere tijden.

Stamboom in Mol

Ik heb veel takken in Mol: Soeffers, Huysmans, Van Hoolst, Van Hout, Swinnen, Van Hoof, Van Campfort … Te veel om op te sommen!

Bron en/of extra leesvoer

  • Boek: Vlaanderen, een culturele geschiedenis, André De Vries. Interessant boek! Ik haalde er wat informatie uit over de Kempen.