Fons Soeffers, mijn Overgrootvader

Geboorte

Mijn overgrootvader Fons is geboren op 18-03-1896 in Mol, Sluis. Hij was de zoon van Peer en Lies. Zijn roepnaam was de Fok/Fokke, Fons.

Gezin

In april 1919, zijn Irma en Fons in het huwelijksbootje gestapt. De huwelijksdag ging door in Berlaar-Heikant, Irma’s geboorteplaats. Het koppel is enkele jaren na hun huwelijk verhuisd naar Mol Sluis, Alfons’ geboorteplaats. De ooievaar bracht in totaal 9 zonen en 2 dochters: René, Gust, Marcel, Armand, François, Ferre, Jos, Henriëtte, Jef, Rik en Elza. Elza is op jonge leeftijd overleden.

Hobby’s

In zijn vrije tijd reed hij met de fiets, stroopte hij een konijntje of ging hij pintelieren in zijn stamcafé. Tijdens de oorlog heeft hij veel gestroopt voor zijn familie, maar ook voor andere mensen. Hij was bevriend met de boswachter die een oogje toekneep. Hij viste ook graag en had zijn eigen visput.

Verzet

Fons was 18 jaar toen WO I uitbrak. De familie Soeffers was actief in het verzet. Toen het onder hun voeten te warm werd, vluchtten ze naar Nederland. In Uden leerde Fons een jonge vluchtelinge kennen uit Berlaar, Irma Salvo. Na de oorlog kreeg Fons een medaille voor zijn werk in het verzet.

Grafdelver

Na WO I, begon hij te werken in het glasfabriek van Emsens in Stevensvennen. Na WO II, verhuisde het gezin naar de Kapellestraat, nr. 129, Ginderbuiten. Hier heeft Fons gewerkt als gemeentewerkman en grafdelver. Hij heeft zelfs het graf van zijn eigen ouders verplaatst zoals je hieronder kan lezen.

Krantenartikel: Oorlogsspion wordt Grafdelver

Krantenartikel Oorlogsspion de Fokke is nu grafdelver te Mol, 03-12-1974, krant en schrijver onbekend. Ik heb wat Fons zegt cursief gezet om de leesbaarheid te bevorderen. Het is een artikel uit 1974 dus hier en daar heb ik een woord veranderd of weggelaten, ook om de leesbaarheid te bevorderen. Mijn favoriete passages heb ik in het vet gezet.


Fons Soeffers (de Fokke) uit de Kapelstraat van Mol-Ginderbuiten, oorlogsheld en spion tijdens de eerste wereldbrand, stond in zijn beste kostuum ons af te wachten.

Mannen van zijn slag vertellen graag in geuren en kleuren. Met zoveel overtuiging, zwier en charme rijgde hij zijn verhaal aaneen. Soms glansden zijn 78-jarige ogen van pure voldoening. Hij heeft wat voor het land gedaan.

Wij hadden ons laten wijsmaken dat de Fokke ook grafmaker was zodat hij in feite tot een dubbel verhaal verplicht was. Hoe was hij ertoe gekomen op zijn pensioengerechtigde leeftijd grafmaker te worden?

Het was simpel. Vroeger was ik glasbewerker, daarna gemeentewerkman. In deze functie vroeg men mij om al eens bij te springen om een dode te helpen begraven. Zo begon het en nu doet ik het met mijn schoonzoon.

Maar de eerste keer dat ik er voor stond in Millegem, maakte ik een kruis en zei ik bij mezelf: Fokke, jong, het moet gebeuren, ik beet er door en groef het eerste gat. De politie stond erbij. Hij moest toch een borrel drinken.

Al 14 jaar lang begraaft de Fokke de mensen van Mol. Hij deed ook de opgravingen in de oude kerkhoven van Millegem, Sluis en Donk. Hier groef hij de stoffelijke resten op van meer dan 1.200 mensen om plaats te maken voor de nieuwe begraafplaatsen.

Zo moest hij ook zijn broer opgraven. Die had men tijdens de eerste wereldoorlog achter in de tuin op het Sluis doodgeschoten. Ook vader en moeder heeft hij moeten opgraven. Dat was erg, verzekerde hij. Het is enkele jaren geleden en ik zweette water en bloed, toen ik de beenderen bovenhaalde en ze netjes bij elkaar legde.

Maar ja, meneer, dat is nog het schoonste, rijk of arm, ze zijn allemaal gelijk voor de dood.

Verrassingen

Men komt bij zulke opgravingen wel eens voor verassingen te staan, zo gaf de Fokke te verstaan. Het gebeurt dat de doden nog ringen dragen, een gouden halsketting of andere sieraden. Of zoals bij de pastoor van Millegem wiens horloge nog helemaal intact was gebleven. Ik draaide het uurwerk op en dat marcheerde perfect. Ik heb het allemaal altijd netjes teruggegeven aan de familie. Fons gaat prat op zijn eerlijkheid.

Ooit groef ik een vrouw op die 50 jaar geleden was gestorven, maar ondanks dat, misschien ongelooflijk, gaaf in de grond lag. Het kwam omdat ze achter een boom en eigenlijk tussen een drietand van bomen begraven werd. (ONLEESBAAR…Ik ben nochthans zeer benieuwd waarom deze vrouw zo goed bewaard was gebleven!) Soms moet men tot een halve meter diepte hakken en dat is bijzonder lastig.

Vroeger had ik de 10 kerkhoven van Mol, maar dat was niet meer te bolwerken en ik heb er nog 5 behouden (Sluis, Ginderbuiten, Achterbos, Millegem en Ezaart). De verplaatsingen per fiets zijn bijwijlen geen lachje.

Zonder Fons

Gebeurde het nog nooit dat een lijk niet ter bestemming kwam, dan kwam het tweemaal voor dat Fons afwezig bleef. Namelijk in Postel en Wezel toen de familie van de mis op het kerkhof kwam en de grafmaker verstek had laten gaan.

Gewoon vergeten te verwittigen. Ge moet weten dat ik altijd bericht voor begrafenistoelating ontvang van de gemeente waarop de eenzelvigheid van de overledene vermeld is. Die 2 keer kreeg ik niets. De pastoor belde naar de gemeente en toen kwam alles toch nog in orde, al was het dan ook met enige vertraging. Maar ik had er geen schuld aan.

Spion en smokkel

Van de begravingen dan maar overgestapt naar de Eerste Wereldoorlog waarover hij uren zou kunnen vertellen zonder naar woorden te moeten zoeken.

We waren thuis met 12 kinderen. Ik was de Benjamin van de jongens. Ik spioneerde, smokkelde brieven en werkte voor de consul.

Prompt toont hij een grote schaar waarmee hij de elektrische draden aan de grens doorknipte. Die schaar zal hij bewaren en misschien wel mee in zijn graf nemen. Hij kreeg ze persoonlijk van de consul ten geschenke.

Fons met de knijptang die hij gebruikte om vluchtelingen door de Dodendraad te helpen tijdens WO I.

Toen hij 18 was, begon hij er mee, met de toestemming van vader Soeffers, een echte Vaderlander en klaar om voor België offers te brengen.

De Fok en zijn broer Jan zwalpten soms met een zelfgemaakt bootje op het water. Een keer toen ze nog maar 2 meter van de dijk waren aan Sas 4 kwamen er opeens 2 Duitsers tevoorschijn. We waren er aan. Die nacht brachten we door in het wachthuisje en de volgende dag werden we naar Herentals geleid, vandaar naar Turnhout waar ik 3 maanden in de gevangenis heb gezeten. Het was al de 2de maal dat we gesnapt werden.

Maar ik vertikte het iemand of iets te verraden en na 3 maanden liet een dominee me naar huis wandelen.

Alle wegen

Zo’n nachtelijke tochten waren niet van gevaar ontbloot. Altijd hadden we enkele mensen bij die we over de Hollandse grens moesten smokkelen. Het gebeurde dat ze 25 in getal waren. Voorzichtigheid was geboden, of men nu langs Postel, Neerpelt, dan wel langs Turnhout-Poppel of zovele andere wegen uitging. Altijd trokken we door de bossen, en zo werden we door de oorlog heen, overal, zelfs op het kleinste plekje bekend.

Mijn eerste voetreis ging over Eersel. Ik en onze Jan hadden 6 mensen bij ons die we moesten afleveren in Holland. Het lukte. Daar konden ze dan op de tram. Vaak deden wij het zonder er ook maar één cent aan te verdienen. (…ONLEESBAAR. Waarschijnlijk had de Fok het hier over de vele malen dat hij opgepakt werd)…ik aan mishandelingen onderworpen en men trachtte mij ook vrees aan te jagen. Een revolver lag voor mij op de tafel.

De Duitsers wilden persé weten wat ik in Holland ging doen. Ik antwoordde steeds hetzelfde: eten halen voor ons thuis. Die versie waren ze gewoon, maar niet bereid van mij te aanvaarden.

Één van de moffen sloeg me met de kolf van een geweer en zo brak ik mijn schouder. Toch hield ik stug vol omdat ik het Vaderland wilde dienen.

Honderden

Honderden bracht hij ter bestemming. En pakken met brieven van soldaten kwamen op de juiste plaats. De brieven van de frontsoldaten werden immers door hem naar Vlissingen gedragen van waar ze dan in handen van de ouders en familie raakten. Ook de tegenovergestelde reis maakte de Fok als het er om ging: de brieven van ouders en familie tot in de vuurlinie te brengen. Naar Vlissingen reisde hij steeds met de trein. Duizenden van die brieven heeft hij zo gesmokkeld en honderden mensen overgebracht. Gespioneerd heeft hij in de werkelijke zin van het woord. De boodschappen moest hij zelf tot bij de consul dragen. Het was soms niet meer dan een nietig half sigarettenpeukje waarin de boodschap stak. We hadden de opdracht gekregen, bij ieder onraad dit stukje papier gewoon door te zwelgen zodat de Duitsers nooit iets op ons zouden vinden. Het viel altijd best mee want de Fok was een lepe vent en hij kende de kleine paadjes, was glad als een paling. (… ONLEESBAAR, waarschijnlijk heeft de Fok het hier over over het smokkelen van mensen door de draad naar Nederland. Eerst zette de Fok een houten raam tussen de draden waardoor de mensen konden kruipen, later gebruikte hij een kniptang/schaar wat veel sneller was en het mogelijk maakte om veel meer mensen in 1 keer door de draad te smokkelen. )

zo konden de mensen die hij bij zich had, er door kruipen. Toen de Duitsers het vernuftig systeem ontdekten, zetten ze de elektriciteit erop. Maar ook daar wist hij een middel voor. De vindingrijkheid werd voortdurend op de proef gesteld want ook de Duitsers namen maatregelen. Zo gingen ze de draden later ook verticaal spannen.

Toen kwam de schaar van de consul. Toen de Moffen het in de gaten kregen, herstelden zij die draden en werd de waakzaamheid aan de grens verdubbeld.

Het kon de Fok en zijn broer allemaal niet weerhouden van steeds maar opnieuw te herbeginnen en zich ten dienste te stellen van de mensen en het vaderland. Hij kon het ook niet laten. De oorlog winnen en daaraan meehelpen was voor hem oneindig belangrijker dan de Duitsers hier schoon weer te laten spelen en onze soldaten te doden.

Wraak

In die oorlog kon men zich aan alles verwachten, zuchtte hij, zelfs ook aan verraders van eigen bodem. Zo moet het zijn dat mijn broer Jan verklikt werd. In elk geval kwamen de pinhelmen hem thuis opzoeken. Jan vluchtte nog in de tuin, sprong over een haag, maar daar werd hij met een kogel neergeveld.

Van de consul kreeg Fons verbod, tot aan de begrafenis van zijn broer, om mensen over de grens te smokkelen. Hij wachtte dus 3 dagen en hernam zijn vroegere bedrijvigheid, met 1 of 2 andere vrijwilligers.

Op het kerkhof, toen onze Jan begraven werd, zei ik bij mezelf (… ONLEESBAAR)…Holland brachtten op de gevaar van de versperring moeten wijzen. Maar in al hun ijver of bij aankomst op hun bestemming, waren sommigen wel eens onhoudbaar of ook werden ze radeloos als zij meenden een geritsel te horen. Ze dachten onmiddellijk aan de Duitsers.

Eens hadden we 4 doden. 1 hing er aan de draad en de 2de wou het slachtoffer eraf trekken, maar die kreeg de voltage door het lichaam van de andere en zo overkwam een 3de en een 4de hetzelfde lot. 3 sleepten we er mee over tot in Valkenswaard, maar de 4de moesten we achterlaten voor de opdagende vijand. Ik herinner mij nog zeer goed dat we hem niet in handen van de Duitsers hadden moeten laten vallen. Hij droeg een riem rond het middel die uitsluitend gouden muntstukken bevatte. Iemand van de overlevenden die het moet gemerkt hebben, was zo laf geweest zich dat goud toe te eigenen. Ik, Fons Soeffers, liet begaan, ogenschijnlijk, maar ik verwittigde de Marechaussees en die tastten iedereen af. De dief werd betrapt en naar het front gestuurd.

Mes en kogel voor de Duitsers

Terwijl de kolonie van gesmokkelden onder leiding van de Fok en zijn maat aan het uitrusten waren op een zekere nacht in de bossen van Kattenbos, Lommel, werd er plots Halt geroepen. Fons sprong recht en hij stond voor een Duitser die hem het geweer op de borst zette. Die man was gewoon aan het jagen, maar hij gebood de groep met hem mee te gaan. De vriend van Fons schoot hem een kogel door het hoofd.

Eens botsten ze ook totaal onverwacht op een patrouille. Toen hadden we veel mensen bij, zuchtte de Fok.

We waren onherroepelijk verloren als mijn kameraad, een reus van een vent, er niet anders over had beslist.

Met een ongelooflijke koelbloedigheid van geest, plofte hij met 1 stoot de lierenaar (groot mes) in de rug van beide mannen. 25 mensen waren bevrijd! De enige commentaar die mijn vriend hierop ijskoud leverde: ‘Ze hebben mijn vader en moeder ook vermoord.

Veel zou ik nog kunnen vertellen verzekerde de Fok. Het is allemaal echt gebeurd en wat ik ook gedaan heb voor mijn België, daaraan heb ik altijd goede herinneringen bewaard. Vele honderden heb ik geholpen en ik voel een zekere fierheid over mij heen gaan.

En ik geloof dat ik onrechtstreeks heb bijgedragen aan de overwinning. Mocht dit niet zo zijn dan heb ik ongetwijfeld vele harten warm gemaakt en sneller doen kloppen toen ik ze veilig over de grens afleverde.

Ik besef dat ik tientallen keren de dood in het gelaat heb gekeken, maar ik heb nooit geaarzeld te doen wat mij werd ingegeven en waarin mijn vader Peer mij heeft aangemoedigd.


Wat een verhaal! De Fok was even beroemd als berucht in Mol, maar voor zijn heldendaden tijdens de oorlog kan je niet anders dan respect hebben. Je moet het toch maar doen op gevaar van eigen leven! Ik geloof zeker dat hij een verschil heeft gemaakt in het leven van vele mensen.

Ik heb een steen verlegd, in een rivier op aarde. Het water gaat er anders dan voorheen.

Bram Vermeulen, zanger, artiest, etc.